Biocyclische-Veganlandbouw 

Netwerk ter bevordering van Biocyclische-Veganlandbouw in Nederland en Vlaanderen

Plantaardige bemesting & bodembeheer

Update  28-05-2021 - info en aanvullingen: joep@bio-vegan.nl

Plantaardige Kringlooplandbouw
Een volledig gesloten kringlooplandbouw bestaat niet maar werken in de richting kan wel. Voedingselementen (nutriënten) die met de geoogste gewassen van het land weggenomen worden, moeten aangevuld worden. Het komt echter voor dat gebreksverschijnselen vanzelf verdwijnen als de grond een verhoogde biologische activiteit vertoont, of de pH en het vochtregime worden aangepast. De betreffende nutriënten waren dan al in de bodem aanwezig, maar waren niet goed opneembaar voor de haarwortels, wat de groei belemmerde.

Toediening van plantaardige materialen aan een bouwvoor valt uitgewogen uit, omdat ze een variatie aan gebonden voedingselementen bevatten. Pas na een mineralisatieproces komen de nutriënten beschikbaar voor een groeiend gewas. Mineralisatie is het proces waarbij micro-organismen organische stof in de bodem omzetten in anorganische (minerale) verbindingen. Naarmate temperatuur, pH en/of vochtgehalte dalen, neemt de microbiële activiteit in de bodem af. Wanneer uitsluitend gebruik gemaakt wordt van kunstmeststoffen en drijfmest (een mengsel van dierlijke vaste mest en urine met weinig stabiele organische stof), neemt met name op arme zandgrond de bodemvruchtbaarheid in hoog tempo af. Deze afname wordt versterkt als er te weinig aandacht is voor humus-aanbrengende gewassen en een uitgekiend teeltrotatieplan.

Er zijn drie manieren om in een landbouwbodem het gehalte organische stof, en daarmee de beschikbaarheid van voedingselementen, op peil te houden (te conserveren):
1. Afbraak verminderen (besparen): aantal bodembewerkingen aanpassen door middel van minder intensieve en minder diepe grondbewegingen (niet ploegen, spitten of frezen; eventueel wel woelen of ondiep eko-ploegen) en minder beregenen.
2. Zelf maken (produceren): groenbemesters omarmen, gewasresten (wortels, stoppels en bladeren) laten verteren, compost benutten, maaimeststoffen inkuilen, anaerobe vergisting van gras/klaver-mengsels (digestaat), gesnipperd jong loofhout, enz.
3. Aanvoeren (toevoegen): inbrengen van plantaardige (veenproducten, gecomposteerde boomschors, bos- en heidestrooisel, meststoffen, biostimulantia) en anorganische (gesteentemelen, zouten) materialen van buiten het bedrijf.

Meststoffenwetgeving, waarin een evenwichtsbemesting met fosfaat centraal staat, maakt de aanvoer van organische stof (optie 3) lastiger. Dit betekent dat je meer bent aangewezen op zelf maken (optie 2) en besparen (optie 1). Vooral voor intensieve tuinbouwteelten kan dit lastig blijken, maar het kán wel en kan zelfs tot hogere opbrengsten in de jaren erop leiden. In de zogenoemde Biologische Inputlijsten van Skal Biocontrol staat bovendien een scala aan B-meststoffen, bodemverbeteraars, mijnmeststoffen (patentkali, bitterzout, natuurfosfaat), gesteentemelen (rotsfosfaat), sporenelementen en biostimulanten en die kunnen onbeperkt
gebruikt worden. Stikstof is een buitenbeentje, omdat het op het bedrijf zelf gebonden kan worden door vlinderbloemigen die stikstof uit de lucht halen. Maar omdat aanvullen van met name fosfor en kalium vanuit verschillende bronnen mogelijk is, kan de nutriëntenbalans op een individueel bedrijf makkelijk rond worden gezet, zonder kunstmest, dierenmest en andere inputs te gebruiken. De nutriënten uit de menselijke consumptie terugwinnen (inclusief humane mest) is weliswaar essentieel, maar omdat het leven meer is dan een optel- en aftreksom van stofjes loop je (op korte termijn) niet vast in je nutriënten-balans.

Plantaardig bemesten met groene mest kan!

Het gebruik van alleen plantaardige meststoffen verkregen uit o.a. vlinderbloemigen als alternatief voor dierlijke mest is prima mogelijk in de biologische landbouw. Langdurig onderzoek van 2012 tot nu toont aan dat dit kan
Op Stichting Proefboerderijen Noordelijke Akkerbouw (SPNA) is er een langdurig onderzoek uitgezet: Planty Organic & Stikstof Telen.
Inmiddels is er een evaluatie 2012-2020 beschikbaar op de website van SPNA en Louis Bolk Instituut (LBI) 

Zie hier het video-verslag van Planty Organic en Stikstof telen.


Als laatste onderdeel van het project Stikstof Telen is de evaluatie van negen jaar Planty Organic gepubliceerd. Het biologische akkerbouwsysteem op basis van 100% eigen gewonnen stikstof met vlinderbloemigen is een groot succes. De beschikbare stikstof wordt uiterst efficiënt benut, de verliezen naar bodem, water en lucht zijn minimaal, de biodiversiteit is groot. De productie blijft iets achter bij de naastliggende 'gewoon' biologische kavels met mestaanvoer. Belangrijkste misschien: de bodem organische stof en de bodem stikstof blijven op peil.

Naast het onderzoek van SPNA zijn er ook verschillende praktijkbedrijven (akkerbouw, tuinbouw en fruitteelt) die al langer werken zonder gebruik te maken van dierlijke meststoffen zoals ook het akkerbouwbedrijf Zonnegoed van Joost van Strien.  Ook zijn er steeds meer universiteiten bezig met onderzoek naar puur plantaardige bemestingssytemen zoals het WUR en de Universiteit van Aarhus.  

De biologische sector gaat naar 100% biologische bemesting. Biologische akkerbouwers en tuinders gaan enkel biologische meststoffen op hun land brengen. De prijs van biologische dierlijke meststoffen zal gaan toenemen omdat er fors minder aanbod beschikbaar komt. Het toekomstige stagnerende aanbod en de bemestingskosten geven aanleiding om te zoeken naar bemestingsstrategieën zonder dierlijke mest. Het loont om te gaan werken met puur plantaardige bemestingssystemen. In de bio-vegan landbouw (biocyclische-veganlandbouw) wordt geen dierlijke mest en dierlijke meststoffen meer toegepast.

 

N - Stikstof Telen kan je zelf met vlinderbloemigen
P - Laat de bodem en de wormen het werk doen  
K - Vul aan met reststromen en diepwortelende groenbemesters zoals rode klaver. Ook luzerne kan worden ingezet om mineralen uit de bodem beschikbaar te maken.

 


Omschakelaar en starter? Lees dan eerst het boek:
Meer dan Biologisch -  De toekomst is aan plantaardig van Theo Grent 

Dit boek is ook in het Engels verkrijgbaar Beyond Organic - Our Future is Plant-Based.
Ook een aanrader is het boek: 'Growing Green' van Jenny Hall Iain Tolhurst. Dit boek is online verkrijgbaar en rechtstreeks te koop bij Vegan Organic Network


Maak het bodemleven groen

Het biocyclische-veganlandbouw systeem werkt aan een goed bodembeheer en het voeden van het bodemleven door middel van:volledig eigen stikstofvoorziening middels vlinderbloemigen en stikstofbindende groenbemesters

  • Inzet groenbemesting en stikstofbinders
  • inzet van maaimeststoffen 
  • Gebruik van compost of bokashi* 
  • niet-kerende grondbewerking (Nkg), geen of minimale bodemverdichting met een vaste rijpadensysteem, sturen op bodembalans, sturen op goede C:N verhouding
  • Terugbrengen en valorisatie van schone reststromen 
  • Verhogen (bodem-) biodiversiteit: mengcultuur: mengteelten, strokenteelt en pixel farming
  • Inzet puur plantaardige digestaat (toekomst)
  • Inzet en valorisatie van schone, medicijn- en pathogenenvrije rioolstromen zonder zware metalen, bijvoorbeeld het langzaam werkende P meststof struviet en struviet-digestaat (en toekomstgericht zoeken naar meerdere oplossingen). De sector (rwzi's) zijn bezig om een bio-toelating te krijgen voor struvietproducten   
  • Verhogen rand-biodiversiteit d.m.v. doorstroken, randstroken, keverbanken, bloemstroken, haag, heg, houtkanten, voedselbomen en voedselbos. 

Voordelen Biocyclische-Veganlandbouw zonder gebruik van dierlijke mest en meststoffen:
Zeer lage nitraatuitspoeling, geen ammoniakemissie, zeer geringe methaan- en lachgasemissie, verbetering van bodemvruchtbaarheid, hoge bovengrondse biodiversiteit, hoge bodembiodiversiteit, koolstofopslag in de bodem, geen gesleep met dierlijke mest, geen dierenwelzijnsvraagstukken en geen vervuiling en verontreiniging van o.a. insecticiden en zoönotische pathogenen d.m.v. gebruik van dierlijke mest en meststoffen. Veilig ook met minder risico op bacteriën zoals E. Coli en Salmonella. Biocyclische-veganlandbouw is dus bij uitstek veilig en verantwoord.  

Inzetten op teeltrotatie met teelten lage nutriëntenbehoefte

Naast het telen van gewassen met een hoge nutriëntenbehoefte is het zeker aan te raden om ook extensieve 'nieuwe' teelten (en zeker ook eiwitrijke gewassen) in het bouwplan op te nemen. Denk hierbij aan: Soja, amarant, lupine, aardaker, haver, linzen, vlas, blauwmaanzaad, boekweit, sesam, zoete aardappel, erwten en (veld-) bonen. 

Inzetten op bodemopbouw, bodemvruchtbaarheid en biodiversiteit
De belangrijkste troef voor de bio-vegan en biocyclische veganteelt is strategisch werken aan bodemopbouw en het voeden van het bodemleven. Het gehele bedrijfssysteem moet daar op gericht zijn. Het verhogen van organische stof (humuswaarde) en ziekte en plagen in balans houden met behulp van bodembeheer & verhogen bodem-biodiversiteit is onderdeel van de strategie. Belangrijk is ook het toepassen van ruime rotatie, mengteelten, strokenteelt, mulchen, niet-kerende grondbewerking (NKG), agroforestry en permacultuursystemen.  

Inzetten op plantaardige meststoffen
Telers die aan de slag gaan met het biocyclisch-vegan teeltsysteem gaan ook aan de gang met goed inzetten op plantaardige meststoffen. Op de bedrijven wordt er gezocht naar de inzet van verschillende vormen van plantaardige meststoffen en de optimale technieken voor plantaardige bemesting die in de behoefte voorziet voor de verschillende teelten en het structureel verhogen van de organische stof in de bodem (in balans) en het verhogen van humuswaarde. Op klei kan men het de klei-humuscomplex (CEC) verhogen.  

Er zijn verschillende methodes om de teelt te voorzien van plantaardige mest en meststoffen. 
Er wordt op dit moment op de verschillende bedrijven praktijkonderzoek gedaan naar:

- Inzet en teelt stikstofbinders - vlinderbloemige
(bv winterveldbonen, wikke, witte en rode klaver, luzerne en aardaker en lupine op arme zandgrond)
- Inzet en teelt van maaimeststoffen (gras, rode klaver en luzerne)
- Inzet compost (composttechnieken, compost, gerijpte biocyclische humusaarde)
- Inzet groenbemesters - afhankelijk van het doel een mix of soort (bv. phacelia, haver, olievlas, winterrogge, Ethiopische (goede penwortel en beworteling!) en gele mosterd, bladrammenas voor intensieve diepe beworteling en ook en ook niger, alexandrijnse klaver, serradella, zomerwikke en zonnebloemen.
- Inzet gewasresten (uit oogst en verwerking, bladval)
- Inzet reststromen: stro, riet, pulp, kaf, bierborstel, luzernekorrels, haver, soja en sojalecithine
- Inzet van bokashi: grootschalige grasfermentatie van gras en grasklaverteelt en (kruidrijk) berm en slootkant. 
- Inzet van palletkorrels: luzerne, Monterra (de 100% plantaardige V-lijn), OPF granulaat (organic Plant Feed granular) en Plant Based Nitro (puur plantaardige B-korrelmeststoffen)
- Inzet hele bonen: winterveldboon of silage

- Inzet van mulchtechnieken alsmede permanente bedekking/begroeiing: permacultuurmethodes  
- Inzet van (vloeibare) plant-extracten en compostextracten (compostthee) en extracten brandnetel, heermoes, zeewierextract, humine, fulvine, kelp en waterkroos

-Retourstromen riool / Struviet / humanure: medicijn en pathogeen vrij zoals struviet (korrel), digestaat of vercomposteerde dikke fractie. Let wel dat de meeste rioolstromen ivm vervuiling, pathogenen en zware metalen ongeschikt is voor verwerking. Alleen fecaliën van mensen met een puur plantaardig (vegan) en een zeer gezond medicijn- en drugsvrij dieet is nu bruikbaar als meststof.  De producerende sector (rwzi's) zijn bezig om een bio-toelating te krijgen voor struvietproducten

- Inzet gesteente meel: lavameel, natuurgips (calciumbinder klei-humuscomplex CEC), basaltmeel, lavabreekzand en bekalking.
- Biostimulanten en overig: Azotobacter (en mycorrhiza) entstoffen, mycosat, bacteriosol, soja-lecithine

Toevoeging met dierlijke chitine (bv. Chitosan) is niet toegelaten in een bio-vegan teeltsysteem. Echter men kan het gehalte verhogen d.m.v.  het verhogen van het chitine-exoskelet-bevattende bodemleven: schimmels, micro-organismes, nematoden, insecten). Er zijn ook plantaardige chitine-producten op de markt gebracht gemaakt uit de mycelium verbindingen van bijvoorbeeld de oesterzwam. Deze zuiver plantaardige chitine producten kunnen wel op de inputlijst gezet worden.   

Vangen, fixeren en opslaan
Kies zorgvuldig voor het juiste doel het mengsel voor groenbemesting en stikstofbinding: leg stikstof (en koolstof) vast (bv haver), fixeer het (bv wikke) en bewaar het voor een snelle en/of geleidelijke mineralisatie. 

Compost
Goed ontwikkelde gerijpte kwaliteitscompost is het goud van het bedrijf.  Biocyclische telers beheersen vaak de kunst om een goede biocyclische-humus aarde (biocyclic humus soil) te ontwikkelen. Een beproefde methode is dat van Lübke-Hildebrandt. Deze methode is zowel in Nederland te leren, in Oostenrijk en op het Biocyclic Park in Griekenland.   

Maaimeststoffen
Maaimeststoffen zijn gewassen (groenbemesters) die worden gemaaid, gehakseld, en als plantaardige meststof gebruikt op ander perceel dan waar ze groeiden. Ze worden dus niet ingewerkt of achtergelaten op het perceel waar ze zijn gezaaid. Vooral vlinderbloemige gewassen zijn hiervoor geschikt. Tot nu toe zijn grasklaver, rode klaver en luzerne de belangrijkste toegepaste gewassen. Klaver en luzerne zijn, met hulp van bacteriën die in de grond leven, in staat stikstof te binden uit de lucht. Zo kunnen deze gewassen een belangrijke bron van stikstof vormen in het biologische bedrijfssysteem. Een perceel luzerne kan tot 400 kg stikstof per hectare per jaar binden. Deze stikstof kan elders op het bedrijf als meststof worden ingezet. Dát is het idee achter maaimeststoffen.

Inzet luzerne en grasklaver past prima bij teelten zoals spinazie, kolen en prei, geeft een prima opbrengst en een goede structuur aan de bodem: hoge activiteit bodemleven en bewortelingsintensiteit. Maaimeststoffen doen qua stikstofbeschikbaarheid niet onder aan gift drijfmest.   

Groenbemesters
Een groenbemester kan voor meerdere doelen worden geteeld zoals het verbeteren van de bodemvruchtbaarheid, beheersen van ziekten, plagen en onkruiden en het verbeteren van de (bodem-) biodiversiteit. 

Het telen van groenbemesters is de laatste jaren belangrijker geworden en is inmiddels een vast onderdeel van de bemestingsstrategie bij meer dan 40% van de landbouwbedrijven in Duitsland. Groenbemesters dragen bij aan het behouden en verhogen van de productie van agrarische bodems. Ze beschermen tegen bodemerosie, reduceren nutriëntenverliezen en zijn zo een belangrijk hulpmiddel om de nutriëntenkringloop in het agrarische ecosysteem te optimaliseren. 

Dubbeldoel soortenrijke groenbemesters
Soortenrijke groenbemesters verhogen de koolstof toevoer in de rhizosfeer en de microbiële biomassa in de bodem. Voordeel van deze soortenrijke mengsels is niet alleen een hogere soortenrijkdom in het agrarische landschap maar vooral dat verschillende functionele planteneigenschappen beter kunnen worden benut. Vlinderbloemigen bijvoorbeeld dragen door interactie met bodembacteriën bij aan de stikstofvoorziening in de bodem, terwijl planten zoals facelia en grassen via symbiose met mycorrhiza fosforbronnen kunnen ontsluiten. Een passende combinatie van verschillende plantensoorten in groenbemestermengsels dient meerdere doelen en leidt tot een betere prestatie van het ecosysteem. Soortenrijke mengsels optimaliseren de C-stroom tussen atmosfeer-plant-bodem. Vooral meer fotosynthese-actief bladoppervlak is positief voor de C-stroom naar de rhizosfeer. Het bodemleven profiteert van de hogere koolstof aanvoer van mengsels door méér biomassa te vormen ten opzichte van een monocultuur. Dat komt waarschijnlijk door een andere hoeveelheid en samenstelling van wortelexudaten bij verschillende plantensoorten. Deze beïnvloeden ook de verschillende micro-organisme groepen in de rhizosfeer. Goed samengestelde mengsels ondersteunen een doelgerichte bodemverbetering en vervullen veel functies. Zo kunnen ze het totale rendement van de ecosysteemdienst verbeteren* Bron EU/Duits onderzoeksproject CATCHY en het artikel dat onlangs is gepubliceerd in het tijdschrift ‘’Fertility of soils”

Groenbemesters zijn een belangrijke aanvoerbron van organische stof. Het verbetert de structuur, verhoogt het vochtvasthoudend vermogen, verbetert de bewerkbaarheid en verhoogt de kationen omwisselcapaciteit van de bodem (CEC) waardoor de bodem onder andere meer kalium, calcium en magnesium kan vasthouden. De organische stof zelf bevat belangrijke mineralen als stikstof, fosfor en zwavel die bij de afbraak vrijkomen. Verder stimuleert de aanvoer van organische stof het bodemleven en verhoogt het de weerbaarheid van de grond.
Zie ook het Handboek Groenbemesters: https://www.handboekgroenbemesters.nl

Betere structuur

De organische stof die door groenbemesters wordt aangevoerd, zorgt ook voor een betere structuur. Het houdt op een luchtige manier de minerale bodemdeeltjes bij elkaar. Dat resulteert in minder slemp- en stuifgevoelige grond en een betere verkruimelbaarheid en bewerkbaarheid. Door de sponsachtige structuur kan de grond meer vocht vasthouden, bovendien bevordert deze structuur de capillaire opstijging en maakt een luchtige structuur het de planten makkelijker om de bodem dieper en intensiever te bewortelen waardoor deze beter in staat zijn het aanwezige vocht en mineralen te benutten.

Groenbemester voorkomt erosie

Wanneer de bodem bedekt is met een groeiende of al afgestorven groenbemester, dan kan dit samen met een doorwortelde bovengrond erosie voorkomen. Op zand- en dalgrond kan ’s winters en in het vroege voorjaar een gedeelte van de bouwvoor verstuiven. Bij een bedekte bodem krijgt de wind minder vat op de grond. Op glooiende percelen wordt zo ook afspoelen van grond voorkomen.

Stikstofbindende groenbemesters: Rode- & witte klaver, Alexandrijnse klaver, Perzische klaver, Incarnaatklaver, luzerne, winterwikke, fenegriek, aardaker. Stikstofbindende bomen: Robinia, els en duindoorn.

Boekweit: Calcium

Amaranth: Fosfor, Magnesium, Kalium

Bodemopbouw, diepbeworteling en verhogen organische stof: Bladrammenas, Gele mosterd, Bladkool, Zwaardherik, Ethiopische mosterd, Japanse haver, Soedangras, Facelia, Klaver (alle soorten met uitzondering van witte), Spurrie, Wikke, Winterrogge. Zie: http://edepot.wur.nl/495935 

Extra organische stof: Bladrammenas, mosterd, raaigras

Verhogen van biodiversiteit bovengronds en ondergronds, activeren van het bodemleven en het in balans brengen van ziekte en plagen (Integrated Crop Management - ICM) is een onderdeel van het geheel - een brede integrale aanpak op bedrijfsniveau (Integrated Farm Management - IFM) evenals omgevingsbeheer is het doel.  

Tegen aaltjes
Vooropgesteld is voorkomen beter dan genezen. In een ruime teeltrotatie, geen monoculturen, ruime teelt-diversiteit, verhogen van bodem-biodiversiteit, duurzaam werken aan een bodem die in goede gezonde balans is met een goede verhouding antagonisten: micro-organismen (bacteriën en schimmels) en nematoden met een antagonistische werking. Bij bodem-milieuverstoring kan dit een negatief gevolg hebben. Als natuurlijk bodemherstel niet meer mogelijk is dan zijn er een aantal ingrijpende opties voor het bestaande bodemleven.   
Bepaalde wortelaaltjes (zie aaltjesschema.nl) is het naast een biologische reset met bijvoorbeeld  een grondontsmetting met Herbie te bestrijden met een bodemreset/gondontsmetting d.m.v. biofumigatie: inwerken en fijnhakselen waardoor een bepaalde stof (isothiocyanaten - ITC) zijn werk kan gaan doen.  Dit kan met de teelt van bladrammenas, zwaardherik, Gele & Ethiopische mosterd. Nateelt: Japanse Haver, bladrammenas, raketblad, Soedangras. Eventueel is het ook mogelijk om biologische reststromen van zaadmeel te gebruiken. Zie ook: www.aaltjesschema.nl 
Ook is Tagetes (T. patula, T. Minuta) een oud maar beproefd middel tegen bepaalde aaltjes (zie www.aaltjesschema.nl). Waarvan T. patula het beste resultaat geeft. Tagetes patula lokt de aaltjes de wortels in waar alle aaltjes vervolgens dood gaan. Dit betekend dat het gewas de aaltjes actief bestrijdt. Het effect van Tagetes is vergelijkbaar met een natte grondontsmetting. Bovendien geeft de teelt van de hoge groeiende soort Tagetes veel organische stof.  

Het voorkomen van aaltjes kan middels een ruime rotatie, verbeteren van bodemstructuur, verhogen van organische stof, aanvoer van compost eventueel verrijkt met biostimulanten en werken aan een optimale nutriëntenbehoefte middels een uitgekiende strategie van inzet groenbemesters ofwel: voedt het bodemleven! 

Lees ook alles over aaltjes op Best4Soil.eu database 

 Op de aangesloten bedrijven wordt er in de praktijk onderzoek gedaan naar de optimale bemestingstechnieken.
Leden van het netwerk werken samen met onderzoeksinstellingen aan betrouwbaar onderzoek.

Lees hier het Handboek Groenbemesters (WUR)

https://www.handboekgroenbemesters.nl

Meer weten over bodemonderzoek Kijk dan op www.beterbodembeheer.nl

Extra onderzoek

Er is nog veel vervolgonderzoek nodig. Graag werken wij mee aan onderzoeksprojecten gericht op o.a. biologische plantaardige bemesting- en circulaire vraagstukken. 

Wetenschappelijke bronnen
Wetenschappelijke bronnen van internationaal onderzoek kan je hier vinden 

De evaluatie van het innovatieve proefveld Planty Organic is online gepresenteerd en beschikbaar.
Planty Organic evaluatie 2012-2020

Evaluatie Planty Organic 2012-2020 Plantaardige bemesting: stikstof en organische stof

Nederlandstalig:
https://www.louisbolk.nl/ sites/default/files/ publication/pdf/evaluatie- planty-organic-2012-2020_0.pdf

Duitstalig:
https://www.louisbolk.nl/ sites/default/files/ publication/pdf/evaluation- planty-organic-2012-2020- pflanzliche-dungung.pdf


Zie de website van SPNA en Louis Bolk Instituut met als zoekterm: "Planty Organic", "Stikstof Telen" en "Maaimeststoffen"   


E-mailen
Bellen